+32 (0) 2 535 77 96
info@malherbe.law

In het Belgisch Staatsblad van 1 september 2017 verscheen de publicatie van de wet van 31 juli 2017 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de erfenissen en de giften betreft en tot wijziging van diverse andere bepalingen ter zake.

Deze wet zal tot grote veranderingen leiden, die als volgt kunnen worden samengevat :

 

Vóór de nieuwe wet Na de nieuwe wet
De wettelijke reserve
Wettelijke reserve van de bloedverwanten in neerdalende lijn

 

De reserve van de bloedverwanten in neerdalende lijn is de helft van de nalatenschap als de erflater één kind heeft, twee derde van de nalatenschap als de erflater twee kinderen heeft en drie vierde als de erflater drie kinderen heeft.

 

Deze globale reserve wordt verminderd tot de helft van de nalatenschap, ongeacht het aantal kinderen van de erflater.

 

Wettelijke reserve van de bloedverwanten in opgaande lijn Als de erflater overlijdt zonder bloedverwanten in neerdalende lijn, bedraagt de reserve ¼ voor de bloedverwanten langs vaderzijde en ¼ voor de bloedverwanten langs moederzijde. Deze reserve wordt afgeschaft en wordt vervangen door een onderhoudsvordering. De wet geeft meer vrijheid aan de erflater. Hij mag beschikken over heel zijn nalatenschap.
 

Afstand van de vordering tot inkorting van schenkingen

 

De afstand van de vordering tot inkorting van schenkingen wordt als een illegale erfovereenkomst beschouwd  en wordt nietig verklaard (onder voorbehoud van de uitzondering voorzien in artikel 918 BW).

 

 

De erfgenamen kunnen afstand doen van de vordering tot inkorting door een eenzijdige verklaring in de schenkingsakte, of erna. Deze erfovereenkomst moet de nieuwe formaliteiten betrefende erfovereenkomsten respecteren.

 

Reserve in natura / in waarde De reservataire erfgenamen hebben recht op hun reserve in natura. De reserve in natura wordt vervangen door een reserve in waarde. In geval van inkorting, mogen de erfgenamen enkel de waarde van de schenkingen vorderen, en niet de goederen zelf.
Giften
Wettelijk vermoeden van inbreng Er bestaat een wettelijk vermoeden dat de erflater elk kind gelijk wil behandelen en dat de begiftigde een inbreng moet doen na het overlijden van de erflater. De erfgenamen die geen kinderen zijn van de erflater, zijn vrijgesteld van inbreng omdat de wet vermoedt dat de erflater die schenkt aan een bloedverwant in opgaande lijn of aan een derde, niet al zijn erfgerechtigden op gelijke wijze wil behandelen.

 

Schenkingen die vatbaar zijn voor inbreng en schenkingen bij vooruitmaking De schenkingen die vatbaar zijn voor inbreng kunnen worden gewijzigd in schenkingen bij vooruitmaking, maar de wet regelt niet de omgekeerde situatie. Een schenking die vatbaar is voor inbreng kan gewijzigd worden in een schenking bij vooruitmaking door een akoord tussen de begiftigde en de schenker. Omgekeerd kan zo’n akkoord ook een schenking  bij vooruitmaking wijzigen in een schenking vatbaar voor inbreng.
 

Waardering van schenkingen

 

Schenkingen worden gewaardeerd op de datum van de verdeling (bij onroerende goederen) of op de datum van de schenking (bij roerende goederen).

 

Schenkingen worden gewaardeerd op basis van hun intrinsieke waarde op de datum van de schenking, geïndexeerd vanaf deze datum tot de datum van het overlijden. Evenwel gelden andere regels als de begiftigde niet kan beschikken over het goed vanaf de dag van de schenking.

De verdeling

 

Deze regels worden hoofdzakelijk gewijzigd wat betreft hun vorm, maar heel weinig op inhoudelijk vlak.
Erfovereenkomsten Het is in principe verboden om een overeenkomst te sluiten over een nog niet opengevallen nalatenschap. De nieuwe wet verduidelijkt het verbod op erfovereenkomsten en verbreedt de draagwijdte van de toegelaten erfovereenkomsten. Een globale erfovereenkomst tussen ouders en hun erfgenamen in neerdalende lijn wordt nu mogelijk, onder voorbehoud van het naleving van een strikt formalisme. Dit is belangrijk omdat hierdoor de erflater zijn nalatenschap bindend kan verdelen.
Het evenwicht tussen de rechten van de kinderen, en de rechten van de langstlevende echtgenoot of de wettelijke samenwoner

 

De nieuwe wet probeert de wettelijke reserve beter te beschermen. De langstlevende echtgenoot behoudt in theorie het vruchtgebruik op de totaliteit van de nalatenschap. Als hij echter enkel het vruchtgebruik op een deel van de nalatenschap kan eisen, dan zal dit vruchtgebruik bij voorrang worden toegerekend op het beschikbare deel.

 

Deze wet zal in werking treden op 1 september 2018. De wet zal van toepassing zijn op alle nalatenschappen die zullen openvallen vanaf deze datum, maar ook op de schenkingen die gebeurden door de erflater vóór 1 september 2018. Voor schenkingen vóór de datum van inwerkingtreding, is het mogelijk dat de oude regels voor de inkorting en de inbreng bij schenkingen nog steeds zullen blijven gelden, namelijk als :

– de erflater uitdrukkelijk heeft bedongen dat de schenking vatbaar is voor inbreng en inkorting in natura;

– de erflater een verklaring voor de notaris aflegt vóór 1 september 2018 waarbij hij duidelijk maakt dat hij de oude regels van toepassing wil laten blijven op de inbreng en de inkorting.

Leave a comment